Vluchteling Tawfik Bako nu lid van PST

“We zijn toch allemaal mensen, nietwaar?”

Met Tawfik Bako (35) gaat het al een stuk beter. Zijn donkerbruine ogen stralen energie uit en hij is goedlachs. De Syrische strafrechtadvocaat vluchtte in 2015 van Damascus naar Nederland omdat hij opgeroepen werd voor het leger, en “mensen doodschieten, dat wil ik niet”. In Amsterdam, ‘die grote anonieme stad’, leken eenzaamheid en depressie hem in de greep te krijgen, maar inmiddels ziet het leven er een stuk zonniger uit. Hij is lid geworden van PST. We praten erover op het terras van Smit & Voogt.

Tawfiks verhaal stond in mei in Het Parool in de hulp-rubriek ‘Amsterdam Helpt Amsterdammers’. Daarin stond zijn wens: lid worden van een tennisclub, om zodoende zijn sociale contacten op te bouwen. En een racket en sportkleren, graag. Er brak een storm van aanbiedingen los en het kostte Tawfik tijd om te kiezen. Zijn keus viel uiteindelijk op PST, dat hem aanbood lid te worden omdat onze club de maatschappelijke buurtfunctie hoog in het vaandel voert. PST ligt vlakbij de 2-kamerwoning die hij in de Valkenburgerstraat kreeg aangeboden. Alleen al om die woning noemt hij zichzelf lachend een bofkont. “Mooi Nederlands woord: bofkont!”

Tawfik (zijn bijnaam is Tefo) stamt uit een seculier en liberaal Syrisch-Koerdisch gezin. Hij is niet getrouwd en heeft geen kinderen. Zijn keuze voor Nederland was gebaseerd op de overtuiging dat dit land de meeste kansen biedt, dat hier iedereen gelijke rechten heeft, dat hier aardige mensen wonen en dat menselijkheid hier belangrijk is. “We zijn toch allemaal mensen, nietwaar?” Precies dat is wat Tawfik aantrof bij PST. Een grote behulpzaamheid, in en buiten het tennis. En aan de afsprakencultuur en de punctualiteit is hij intussen al aardig gewend, bekent hij lachend.

Tawfik beseft hoe belangrijk het is Nederlands te praten, en gelukkig heeft hij een talenknobbel. Het Nederlands gaat hem heel behoorlijk af, overgoten met het charmante accent uit de levant. Over paar dagen doet hij examen Nederlands B2. Dat is echter niet goed genoeg om zijn advocatenvak hier te mogen uitoefenen. Daarbij zou hij ook nog eens twee jaar rechtenstudie moeten doen omdat de wetten hier erg verschillen van de Syrische en de juridische taal nog veel moeilijker is dan de omgangstaal. Hij richt zich nu op een Engelstalige master Internationaal Recht, waarmee hij bijvoorbeeld bij Artsen Zonder Grenzen goed werk zou kunnen doen.

Van zijn zusje, die met haar man naar Zwitserland vluchtte, heeft hij een “raquette” en tenniskleren gekregen en intussen heeft tennisleraar Ruud zijn tennistechniek onder handen genomen. Tawfik zoekt ook een baantje, in een café bijvoorbeeld, ‘omdat je daar veel mensen leert kennen’. Ook in de club wil hij zich graag als vrijwilliger aanbieden.

De toekomst blijft erg onzeker. Hoe zijn leven er over vijf jaar uitziet weet hij niet. De situatie in Syrië is ‘hopeloos’, en teruggaan is misschien wel voor altijd onmogelijk. Daarom richt Tawfik zich op de belangrijke dingen van nu. De taal leren, contacten maken en werk zoeken. En een balletje slaan op de tennisbaan. Wie hem hoort praten kan niet anders concluderen dan dat het allemaal gaat lukken.